Buiten de baan is aangegeven met witte palen of wit geschilderde hekdelen.
Alle MARKERINGS- en RICHTINGSPALEN alsmede AANGEPAALDE BOMEN en KUNSTMATIG VERHARDE PADEN zijn vaste obstakels. Indien er sprake is van belemmering door deze obstakels kan de belemmering ontweken worden volgens regen 24-2b. LET WEL: Het uitnemen van genoemde palen is dus VERBODEN.
Alle waterhindernissen op de baan zijn voorzien van markeringen. Dit houdt ook in dat de 'rabatten' op de verschillende holes als onderdeel van de baan (door de baan) beschouwd moeten worden en als zodanig moeten worden behandeld.
Waterhindernissen aangegeven met rode palen met groene kop geven een milieugevoelig gebied aan. Uit dit gebied mag niet gespeeld worden. De speler moet dit gebied ontwijken en met één strafslag verder handelen volgens Regel 26 (waterhindernis).
Indien een bal die tegen de aarden wal links van de green van hole 2 ligt, onspeelbaar verklaard wordt, mag de speler besluiten te handelen volgens de normale procedure (regel 28) of de bal spelen van de droppingzone links van de wal. In beide gevallen met bijtelling van een strafslag.
Het is verboden te spelen uit gebieden die als G.U.R. (Ground Under Repair) zijn aangemerkt. (Regel 25-b).
Alle "tijdelijke" plaatselijke regels staan vermeld op het bord bij hole 1 en op het informatiebord bij de wedstrijdkamer. Momenteel zijn de volgende tijdelijke plaatselijke regels van kracht:
Op alle holes worden afstanden tot het midden van de green aangegeven door:
Spelen vanuit een droppingzone moet gebeuren binnen 2 stoklengtes van het bordje 'Dropping Zone' van de desbetreffende droppingzone.